Ken de duivel bij zijn juiste naam

De queeste is gestart en ik ben sinds begin september echt onderweg. Nu ik in de camper ontdekt heb dat het veranderen van mening inderdaad heel moeilijk is (zie Marian door de Spiegel), ben ik me aan het verdiepen in de reden dat dit zo is. Deze week: sociale media, primaten en hersenen.

Allereerst duik ik de sociale media in. Ik lees het boek ’10 argumenten om je sociale media-account nu meteen te verwijderen’ van Jaron Lanier. Het boek spiegelt me een naargeestige werkelijkheid voor: Sociale media hebben niets te maken met het verbinden van mensen. Ze hebben te maken met groei, data en geld verdienen.

Lanier geeft 10 redenen waarom je ervoor zou moeten kiezen om je account te verwijderen. De redenen voeren eigenlijk allemaal terug op de door hem beschreven ‘Bummer-machine’ die bij veel sociale media onder de motorkap draait. De Bummer-machine valt uiteen in een zestal elementen:

A staat voor Aandacht trekken.
B staat voor Bemoeienis met ieders leven.
C staat voor Content door de trot duwen.
D staat voor Dirigeren van menselijk gedrag.
E staat voor Economisch gewin.
F staat voor Fakegroepen en fakesamenleving.

Machine uit de originele Startrek TV serie

In deze machine is onderdeel E de drijvende kracht die alle andere elementen voortdrijft. Zoals Lanier beschrijft: economisch gewin is de grondslag van de bedrijven achter de sociale media. En economisch gewin is tegen de minste kosten te maximeren via Aandacht, Bemoeienis, Content, Dirigeren en Fake. Ik zal niet al zijn argumenten uiteen doen hier (lees vooral het boek!) maar het beeld dat hij schetst is naargeestig. Niet zozeer zijn sociale media intentioneel ‘slecht’, maar het economische verdienmodel waarin aandacht en data geld geworden is, lijdt tot zeer perverse effecten.

In een artikel over Facebook in The New Yorker wordt deze Bummer-machine verder toegelicht. Een ex-medewerker van Facebook vertelt hier over het belangrijkste ‘target’ van Facebook, de L6/7 (hoeveel mensen zes van de zeven dagen op Facebook inloggen): “You could say it measured how many people love this service so much they use it six out of seven days. But, if your job is to get that number up, at some point you run out of good, purely positive ways. You start thinking about ‘Well, what are the dark patterns that I can use to get people to log back in?’ ”

De oplossing van Lanier is simpel: wordt een kat. Loop niet als een hond mee in de roedel en zoek niet naar goedkeuring, maar volg je eigen pad als een eigenwijze kat-achtige. En volg dat pad zonder gebruik van de sociale media. Niet omdat er geen internet – of sociale media – mogelijk is zonder uitbuiting, maar omdat op dit moment nog bijna alle grote bedrijven ervoor kiezen om de uitbuiting voor lief te nemen als de kortste weg naar winst.

Ik las het boek van Lanier, las het artikel in The New Yorker, en heb inderdaad mijn Facebook account verwijderd. Het voelde als een opluchting. Maar tegelijkertijd voelde het als een ‘te makkelijke’ oplossing. Want wat nu? Moest ik nu wachten tot er een ‘betrouwbare’ sociale media opstond? En wie moest ik dan geloven dat die optie dan wel betrouwbaar zou zijn? Moest ik al mijn sociale media behoeftes halen uit Linkedin (een platform dat volgens Lanier werkt zonder de Bummer-machine)?

Ik voelde me nog steeds een hond, alleen volgde ik nu een andere roedel. Ik wilde meer, ik wilde zelf kiezen. En dus, besloot ik, moest ik me verdiepen in het waarom: waarom werkt de Bummer-machine? Wat zit er in mijn systeem ingebakken, dat ik zo makkelijk te verleiden ben om negatieve content door mijn strot geduwd te krijgen en aandacht te willen? Wat gebeurt er in mijn hoofd, in mijn hart en in mijn onderbuik? En vooral: kan ik daar ook zelf iets aan doen? Kan ik een bewuste consument van de sociale media worden?

Om dit uit te zoeken heb ik een boek gelezen en ben ik twee universitaire cursussen gaan volgens. Het boek was ‘Feitenkennis’ van Hans Rosling, de cursussen zijn ‘Evolution of the Human Sociality: A Quest for the Origin of Our Social Behavior’ van de Universiteit van Kyoto, en ‘The science of everyday thinking’ van de Universiteit of Queensland, beide via edX.

Wat de cursussen, maar vooral ook het boek, me geleerd hebben, is dat er inderdaad bepaalde dingen in ons hoofd zitten ingebakken. Maar niet onomkeerbaar. De ingebakken patronen zijn meer een gevolg van onbewuste gedachtegangen, logische gevolgtrekkingen die niet eens zo gek zijn, maar bij onbewust gebruik kunnen leiden tot halfbakken conclusies. Kort gezegd: we gebruiken in ons hoofd ‘short cuts’ om niet iedere keer overal over na te hoeven denken. Dat is heel goed en nodig. Maar de gebruikte ‘short cuts’ worden zo onbewust, dat we ons er niet meer bewust van zijn als we ze gebruiken. En zo kunnen dingen ‘waar’ en ‘doordacht’ aanvoelen, terwijl ze alleen maar gegokt zijn.

Het is gelukkig een positief en activerend boek, dat niet alleen aangeeft wat er misgaat in ons hoofd, maar ook hoe we ons hier tegen kunnen wapenen. De tien ‘vuistregels’ voor bewust consumeren zijn:

  1. Kloof: zoek naar de meerderheid, niet naar de kloof;
  2. Negativiteit: reken op slecht nieuws, omdat goed nieuws minder verteld wordt;
  3. Rechte lijn: lijnen kunnen buigen, wees voorzichtig met extrapolatie;
  4. Angst: Bereken de risico’s;
  5. Grootte: zie de dingen in verhouding;
  6. Generalisatie: zet vraagtekens bij je categorieën;
  7. Noodlot: langzame verandering is ook verandering;
  8. Eén perspectief: zorg dat je een gereedschapskist krijgt;
  9. Zondebok: wijs geen schuldige aan;
  10. Urgentie: zet kleine stapjes

Ook deze ga ik niet allemaal uitwerken in dit blog, want het is echt veel te leuk om dit boek ook zelf te lezen (zeker als je na het boek van John Lanier en het artikel in The New Yorker een beetje depressief geworden bent). Ik gok dat ik op een aantal van deze vuistregels wel ga terugkomen in volgende blogs, want de mechanismen die Hans Rosling uitlegt, liggen volgens mij wel echt ten grondslag aan heel veel van de dillemma’s rond het veranderen van mening. Lees bijvoorbeeld het Correspondent artikel ‘Weet dat je te weinig weet’ er maar eens op na.

Voor deze keer is het voldoende om te delen dat ik de vuistregels met veel succes ben gaan toepassen online. Met name op Twitter, waar ik veel van mijn nieuws vandaan haal. Het verschil in hoe ik het lezen van mijn feed beleef, is echt opzienbarend. Het doorhebben dat bepaalde berichten  – negatief, angstig, urgent en met zondebok – in mijn hoofd binnenkomen alsof ze vetgedrukt zijn in hoofdletters, (ONVEILIGE KERNCENTRALE DOOR OVERHEID TOCH OPENGEHOUDEN!) helpt me om ze te relativeren. Het doorhebben dat mijn hoofd niet zo goed is met cijfers en schrikt van grote getallen (in 2017 wereldwijd 4,2 miljoen baby’s overleden!), helpt me om de tijd te nemen om door te lezen en het verhaal achter dit soort cijfers te snappen, voor ik conclusies trek. De informatie die ik in het boek gekregen heb over de staat van onze wereld (ik geef een klein tipje, het gaat beter met de wereld dan je denkt) helpt me om positief te blijven in een omgeving die me momenteel overspoelt met Kavanaugh, Net Neutrality, Dividendbelasting en het Kinderpardon.

Met behulp van Hans Rosling begin ik me iedere dag meer een kat te voelen: zelfstandig en zelfbewust. Ik kies er dan ook zelfbewust voor om sommige sociale media gewoon nog te gebruiken, ondanks hun Bummer-machine. Twitter blijft een plek waar ik nieuws vind en mijn verhaal deel. Instagram is waar mijn puberzoon woont en waar ik dus een huisje wil houden. Wel heb ik mijn content daar verwijderd. Facebook heb ik helemaal verwijderd, met een beetje pijn in mijn hart, want ik gebruikte het om contact te houden met een aantal vrienden die fysiek ver weg wonen. En zo wandel ik door het sociale digitale landschap en maak mijn eigen keuzes. Wellicht niet altijd de  goede, maar in ieder geval steeds meer bewust.

Links uit dit verhaal:

De titel is een quote uit aflevering 4 van de TV-serie: Lost in Austen

edX (waar je cursussen zoals ik gedaan heb kunt volgen en nog vele andere mooie cursussen)

Feitenkennis

10 redenen om nu meteen je sociale media accounts op te zeggen

Artikel New Yorker over Facebook en Mark Zuckerberg: Can Mark Zuckerberg fix Facebook before it breaks democracy?

Opinie New York Times over het reguleren van sociale media: The slippery slope of regulating social media.

Artikel in de correspondent over hoe je hersenen werken: Weet dat je te weinig weet – zo bestrijd je je innerlijke hokjesmens.

 

 

 

 

Marian door de spiegel

Een maand geleden kondigde ik aan dat ik op reis zou gaan. Een echte queeste! Mijn persoonlijk zoektocht naar het antwoord op de vraag van het leven, het universum en de rest. Waarom is het zo moeilijk om naar elkaar te luisteren? Wordt het ons in deze snel digitaler wordende maatschappij steeds moeilijker gemaakt om nog van mening te veranderen? En zo ja: waar gaat dit eindigen?

Een maand in een camper heeft me veel geleerd. Ten eerste het besef dat als ik zeg: waarom luisteren mensen niet meer naar elkaar? Ik eigenlijk bedoel: waarom luisteren er niet meer mensen naar mij? Het ‘Frodo-effect’ is ook bij mij voelbaar. Ik denk diep van binnen dat ik alles wel scherp en goed zie. Dat ík in ieder geval niet van mening hoef te veranderen.

Voelbaar werd dit toen ik in de camper luisterde naar de fantastische podcast ‘Science Vs’. Een podcast die wetenschappelijk onderzoek zet tegenover… wat je oom zegt op een feestje. Over onderwerpen als biologische groenten, over wapens, over geesten. En dus ook een aflevering over antidepressiva.

Nu had ik tot dan toe naar alle afleveringen met veel plezier geluisterd. Mooi om te horen hoe onzinnige claims (klimaatverandering bestaat niet, of komt in ieder geval niet door de mens) gefileerd werden door de sarcastische presentatrice met onweerlegbare feiten uit onderzoeken. Wat heerlijk! Eindelijk iemand die uitzocht hoe dingen echt zaten! Ik was zelfs een beetje verbaasd om te horen dat de podcast vrij controversieel was en dat er mensen heel boos over waren. Want hoe kon je boos zijn op wetenschap?

En toen… toen vertelde ze dus op haar vrolijke, sarcastische wijze dat anti-depressiva nauwelijks beter werken dan een placebo. En ik voelde in mijn lijf een fysieke reactie op dit bericht. Nu moeten jullie weten dat ik twee maal een depressieve periode achter de rug heb, waarvan een keer (na de geboorte van mijn zoon) vrij ernstig. De pillen die ik toen kreeg, waren mijn redding, in mijn hoofd en hart zijn ze het enige dat toen gestaan heeft tussen mijzelf en rampspoed.

En net zo vrolijk als in haar eerdere podcasts, vertelde de presentatrice me dat mijn hoofd hoogstwaarschijnlijk voor een aanzienlijk deel mijn lijf voor de gek gehouden heeft. En ik sprong volledig -100% – in de weerstand. Wel 10 minuten lang heb ik in mijzelf argumenten bedacht waarom wat ze zei, onzin was. Waarom mijn geval anders was. Waarom antidepressiva bij mij WEL gewerkt hadden! Ik was zo druk in mijn hoofd, dat ik nauwelijks nog luisterde naar de rest van de podcast. Waarin overigens werd verteld dat sommige wetenschappers het niet eens zijn met deze conclusie, en wel degelijk vinden dat antidepressiva significant helpen. Waarin het hele complexe beeld geschetst werd dat er wetenschappelijk rond antidepressiva bestaat. Ik hoorde het niet: ik hoorde alleen de afwijzing van mijn wereldbeeld, van mijn waarheid.

Daar zat ik, op mijn bijrijdersstoel in de camper, en ik bedacht me opeens: het is gewoon heel moeilijk om van mening te veranderen! Ik wil te graag gelijk hebben. Ik voel me te snel aangevallen. Ik voel me dom als ik ongelijk heb.

De vraag wordt daarmee eigenlijk alleen maar belangrijker: hoe lukt het ons om van mening te veranderen? En die 21e eeuw? Helpt of hindert die? Al die nieuwe informatiestromen die we hebben, al die nieuwe filterbubbels waarin we leven? Wat betekent dat nu voor ons vermogen om ongelijk te hebben, om fouten te maken?

Lees en luistervoer deze maand waren:

–      Steven Fry’s Great Leap years

–      Science Vs

–      Strangers in their own land

Lees en luistervoer de komende maand worden:

–      10 redenen om je sociale media accounts nu meteen te verwijderen

–      The Happiness project

–      Feitenkennis